Jade
Jade is een verzamelnaam voor twee verschillende, uiterst taaie mineralen – nefriet en jadeïet – die wereldwijd al duizenden jaren worden vereerd om hun diepe symbolische betekenis, zijdeachtige glans en ongeëvenaarde structuur.
Beide varianten ontstaan onder extreme geologische omstandigheden: nefriet is een calciumbestanddeel uit de amphiboolgroep dat zich vormt in metamorfe contactzones tussen serpentiniet en kalksteen, terwijl jadeïet een zeldzamer pyroxeenmineraal is dat ontstaat onder immense druk in subductiezones diep in de aardkorst.
Dankzij de compacte, microkristallijne en ineengestrengelde vezelstructuur bezit jade een fysieke taaiheid die vrijwel elk ander gesteente overtreft, waardoor het zich perfect leent voor fijn snijwerk.
Met een rijk kleurenpalet dat varieert van het iconische, levendige appelgroen tot wit, lavendel, geel en diepzwart, en een warme, vetachtige glans, vormt elk stuk jade een tijdloos en onverwoestbaar meesterwerk uit de diepste tektonische processen van de aarde.